Pastoraal

Pastor(t)aal december 2011

“Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten”

Hebreeën 10:35

 

Vrijmoedigheid is een woord dat we niet zoveel gebruiken in onze hedendaagse taal. Het woordenboek zegt dat vrijmoedigheid onbeschroomdheid is, niet verlegen, niet bedeesd. Als ik aan verlegen of bedeesd denk, heb ik daarbij een beeld van een klein kind dat aangesproken wordt en zich dan verstopt achter mama’s rok, met een vingertje in de mond: verlegen, durft niets te zeggen. Het verstopt zich liever in de veiligheid. En bij een kind vinden we dat vaak wel schattig een aandoenlijk. Maar als we wat ouder zijn geworden, kunnen we ons niet meer achter mama’s rok verschuilen. Dan is het de bedoeling dat we een heel stuk van onze verlegenheid en bedeesdheid achter ons hebben gelaten en vrij en moedig andere mensen durven tegemoet te treden.

Als Hebreeën het heeft over vrijmoedigheid, dan gaat het in eerste instantie over de vrijmoedigheid die we mogen hebben om tot God te naderen, omdat Jezus de weg voor ons begaanbaar heeft gemaakt. Ook als we de fout ingaan en niet doen wat God wil dat we doen, of als we met zaken worstelen, waar we het moeilijk mee hebben, en die we maar niet achter ons kunnen laten, dan nog mogen we vrijmoedigheid hebben om tot God te naderen.

Als er staat: ‘geef uw vrijmoedigheid niet prijs’, dan betekent dat dat we die vrijmoedigheid al ontvangen hebben. Dat is al in ons bezit. We worden aangespoord om het ons niet te laten afnemen. Dus wat er ook gebeurt, we mogen altijd weer naar de Vader gaan, ook al voelen we ons onwaardig. God ziet ons niet met onze fouten, maar Hij ziet ons als volmaakt, door het bloed van zijn Zoon Jezus. Hij verlangt zo naar die relatie met ons!

Maar laten we ook vrijmoedig zijn tegenover de mensen om ons heen. Deze maand is vaak een moeilijke maand voor mensen, met alle feestdagen voor de boeg. Eenzaamheid, verlatenheid en verlies zijn zaken die juist in deze maand gevoeld worden. Wat is het dan heerlijk dat we vrijmoedig de boodschap kunnen brengen van onze Heer, Die juist naar deze aarde gekomen is om de mens weer in relatie met de Vader te brengen; dus geen eenzaamheid of verlatenheid, maar een relatie van geborgenheid en liefde. Laten we hierover niet verlegen of bedeesd zijn, maar het aan alle mensen verkondigen, zo veel en zo vaak als we kunnen.

Arjen.